'Hij liet na de moord zijn baard staan, het was een rouwbaard'
Donderdag, 1 maart 2018 om 21:35

Voetbalzone publiceert de komende weken verhalen over clubs uit zogeheten spooksteden. Steden waarin om uiteenlopende redenen niet of nauwelijks meer ontwikkeling is en waaruit het laatste beetje leven is weggetrokken. Met in de tweede aflevering: het verhaal van Qarabag FK, de club die tot op de dag van vandaag bezig is met het oorlogsverleden. Eerder verscheen een artikel over Stroitel Pripyat; later volgen afleveringen over Gauchos de Epecuén, Castelnuovo dei Sabbioni en Oradour-Sur-Glane.

Door Dominic Mostert

Een antitankmijn maakte op 14 juni 1992 een eind aan het leven van Allahverdi Bagirov. Hoewel zijn dood plotseling was, wist Bagirov als geen ander dat hij gevaar liep. Zijn broer Eldar, die leiding gaf aan een bataljon van 760 mensen, was een jaar eerder al op mysterieuze wijze vermoord voor zijn eigen huis. Na die moord nam Allahverdi de leiding over binnen het bataljon, genaamd 'Zonen van het moederland'. Het moederland was Azerbeidzjan; de vijand was Armenië, dat steun bood aan de opstandige regio Nagorno-Karabach in Azerbeidzjan. Die regio streefde naar onafhankelijkheid dan wel aansluiting bij Armenië.

Allahverdi Bagirov deinsde niet terug voor gevaar. In de jaren tachtig stak hij in beschonken toestand een rivaal neer bij een bruiloft, waarvoor hij een paar de cel in moest. Toen hij jaren later Azerbeidzjan verbaal verdedigde in een discussie met zijn jeugdvriend Jafar Imamaliyev, trok laatstgenoemde een wapen. Bagirov werd neergeschoten; dat gebeurde in augustus 1991. Hij overleefde het voorval en bleef in staat om zijn bataljon te leiden. In januari 1992 bestormde hij met 150 soldaten de Askeran-vesting, het militair hoofdkwartier van de Armeniërs in Nagorno-Karabach. Binnen twee uur waren de Armeense vlaggen vervangen door Azerbeidzjaanse. Na zijn dood werd Bagirov benoemd tot 'nationale held' van Azerbeidzjan.

Zijn plotselinge dood was een klap voor heel Azerbeidzjan en in het bijzonder voor Qarabag FK. Bagirov was vóór de oorlog actief als speler en trainer van de Azerbeidzjaanse club, die destijds gevestigd was in Agdam. Die stad ligt in Nagorno-Karabach en behoort tegenwoordig juridisch gezien tot Azerbeidzjan, maar wordt bezet door Armeense troepen. Als militair stond Bagirov weleens oog in oog met een krijgsgevangene met wie hij jaren eerder op het veld stond. "Allahverdi omhelsde een van de Armeense gevangenen, keek recht in de camera en zei dat die man jarenlang een ploeggenoot van hem was. De Armeense soldaat vertelde Allahverdi dat hij hem nooit meer in de weg wil zitten", zei oorlogsverslaggever Emin Eminbeyli daar ooit over in The Guardian.

© Arthur Huizinga

De Nederlandse auteur Arthur Huizinga schreef het boek Nooit een thuiswedstrijd over Qarabag. Daarin speelt Bagirov een grote rol. "Ik ken zijn weduwe en zijn zussen goed", vertelt hij aan Voetbalzone. "Bagirov en zijn broer waren in eerste instantie voetballers. In de jaren zeventig en tachtig speelden ze voor Qarabag. Aan het eind van de jaren tachtig was Allahverdi een tijdje trainer van de club. Toen de oorlog uitbrak, was zijn broer Eldar parlementslid in Bakoe. Hij voerde een grote strijd om ervoor te zorgen dat Agdam niet opgegeven zou worden. Misschien werd Eldar daarom vermoord; dat is niet helemaal duidelijk. Allahverdi liet zijn baard staan na de dood van zijn broer. Daarvoor had hij helemaal geen baard en was het een aantrekkelijke man. Het was een rouwbaard."

Het overlijden van Bagirov stond uiteraard niet op zichzelf. De regio werd verwoest door de oorlog. Qarabag wilde aanvankelijk echter van geen wijken weten. De club speelde zijn thuiswedstrijden in Agdam, de grootste stad uit de regio, terwijl de mortieren naast het stadion insloegen. Tegenwoordig staat de stad bekend als het 'Hiroshima van de Kaukasus'. "Het was iets buitengewoons", zei oud-voetballer en huidig assistent-trainer Müsviq Huseynov, die tijdens de oorlog voor Qarabag speelde, enkele maanden geleden in The Independent. "In Agdam houden ze van voetbal en dat boden we ze dan ook tijdens de oorlog. Maar de rust was verdwenen in de stad. We bleven voetballen, maar het was een verplichting. Elke minuut wist je dat er een bom op je kon vallen die je leven zou beëindigen."

Huizinga beaamt die woorden: Qarabag bleef in Agdam voetballen om een gevoel van normaliteit uit te stralen, zegt hij. Bovendien had de voetbalclub een grote symbolische waarde tijdens de gewapende strijd. "Toen de oorlog uitbrak, sloegen veel mensen op de vlucht. Vooral vrouwen en kinderen gingen weg. Er bleven voornamelijk soldaten over in de stad. Het gevoel was toen: als de voetbalclub zou verdwijnen, dan was Agdam gevallen. Het was allesbehalve verantwoord, maar spelers die ik er later over sprak zeiden lachend tegen me: 'Op dat moment was het nergens veilig, dus maakte het ook niet uit.'"

Om tegenwoordig in Agdam te komen, moet je goede connecties hebben. De stad wordt bewaakt door militairen en is verder grotendeels verlaten. Hulpdiensten mogen de stad niet in; Huizinga werd de eerste keer ook tegengehouden toen hij iets te ver doorliep. "Agdam is tussen de twee linies komen te vallen. Het ligt in gebied dat wordt bezet door de Armenen, maar niet geclaimd wordt. Het is een soort bufferzone, een militair gebied", legt hij uit. "De stad is echt aan zijn lot overgelaten. Toen ik er voor het eerst was, was ik er met een paar andere mensen. We werden gevolgd door de politie en misschien wel mensen van de geheime diensten. Toen we iets te dicht bij het militaire gebied kwamen, werden we gestopt."

Agdam anno 2017. © Arthur Huizinga

Een tweede poging sorteerde meer succes. Huizinga wendde zijn contacten in Nagorno-Karabach aan en na 'veel lobbyen' kon hij met een klein groepje de spookstad betreden. Hij was onder meer met Dirk-Jan Visser, met wie hij het fotoboek Offside - Football in Exile maakte. "Wat je in de spookstad aantreft? Muren en modderwegen. Een oud theehuis, dat deels in handen was van Allahverdi, staat er nog. Maar dat is slechts half zo groot als het voorheen was. Het is letterlijk door de hoeven gezakt. Een moskee stond er ook nog, maar die stond half op instorten", beschrijft de auteur. "We waren ook in het oude stadion van Qarabag. Maar als je niet zou weten dat het er stond, zou je het nooit terugvinden."

Op de plek waar het stadion staat, zijn de voormalige heerser van Karabach uit de achttiende eeuw en diens afstammelingen begraven. Er staat een mausoleum met koepeltjes. En als je heel goed kijkt, zegt Huizinga, zie je ook objecten die lijken op trappetjes. "Dat zijn de voormalige tribunes", vertelt hij. Maar dat alles was niet het meest verrassende wat hij aantrof. "Toen we er waren, kwam tot onze grote verbazing een oud vrouwtje op ons aflopen. Het bleek dat een oud, Armeens stel in dat mausoleum woont. Ze hadden helemaal niets: ze waren het armste van het armste. In totaal wonen er zo'n vijftig mensen in die spookstad, zonder enige hulp van buitenaf. Het zijn daklozen die er verblijven. Deze vrouw had een uitgemergeld paard dat op het grasveld aan het grazen was. Dat was onze ervaring bij het oude stadion."

Huizinga is al jarenlang een graag geziene gast bij Qarabag. Sinds 2008, een jaar voordat Qarabag in de Europa League-voorronde uitkwam tegen FC Twente, loopt de auteur 'rond' bij de club. "Ik ben er ooit heen gegaan uit interesse in het verhaal. Ik had heel weinig informatie, maar wist wel dat er een spookstad was die Agdam heette. Over die stad kon ik bijna geen informatie vinden. Ik kwam er alleen achter dat er in de hoofdstad Baku een voetbalclub zit die uit Agdam komt. Daar zit een verhaal in, dacht ik. Op dat moment hadden ze nog niets gepresteerd in Europa. Ik ben de club daarna blijven volgen. Ik ben daar kind aan huis geworden", vertelt hij. En dus kent Huizinga ook de spelers en de technische staf goed. "Bij de club zitten momenteel nog veel mensen uit de oorlogstijd."

Huidig assistent-trainer Müsviq Huseynov bijvoorbeeld, die clubtopscorer werd toen Qarabag in 1993 stuntte met de allereerste landstitel. En, zo vult Huizinga aan, in de jeugdopleiding lopen veel begeleiders rond die als speler actief waren bij Qarabag in Agdam. Bovendien was de huidige teammanager destijds de aanvoerder. "Zijn voornaamste taak rond de wedstrijden is het invullen van wedstrijdformulieren. Dat doet hij nog steeds met de hand, want hij heeft volgens mij nog nooit een computer gezien. Zulke mensen hebben een speciale positie binnen de club en zullen nooit afgedankt worden, ook al gaan ze niet mee met de tijd. De club heeft inmiddels weliswaar Champions League gespeeld, maar is qua structuur nog dezelfde club als toen. Klein en enigszins amateuristisch, zeg maar. De club drijft nog op de mensen uit Agdam zelf."

Niet alleen de mensen van de technische staf, maar ook spelers hebben een binding met het asgrauwe verleden. Middenvelder Gara Garayev en aanvaller Afran Ismayilov moesten het oorlogsgebied als kleine kinderen ontvluchten met hun ouders. De moeder van aanvoerder Rashad Sadygov is geboren in Agdam. "Deze spelers zorgen ervoor dat iedereen, ook de buitenlandse spelers, echt doordrongen zijn van de achtergrond van deze club", zegt Huizinga. "Als er een nieuwe speler is, krijgt die in zijn eerste week een video te zien over de geschiedenis van de club." Dat gebeurde dus ook bij Leroy George, de ex-speler van FC Utrecht en NEC die tussen 2013 en 2015 voor Qarabag speelde. "Van hem weet ik bijvoorbeeld dat hij heel goed wist wat er gebeurd was."

Allahverdi Bagirov is even buiten Agdam begraven, in Armeens gebied.

"Qua fysieke uitingen is de club wat terughoudender, omdat ze continu in een spagaat zitten. Enerzijds zijn ze loyaal aan de vluchtelingen; anderzijds willen ze vooruit als club, en dan kun je hier niet altijd mee bezig zijn", vervolgt Huizinga. De auteur, ook werkzaam als freelance journalist, merkt 'vooral de laatste drie à vier jaar' veel bewustzijn bij de supporters van het verleden. Vanwege de verhuizing heeft Qarabag veel nieuwe fans uit de hoofdstad Baku gekregen, maar van een deel liggen de wortels in en rond Agdam. "Ze hebben sinds kort een supportersclub genaamd 'Bagirov Army'. Bij elke thuiswedstrijd hangt er een gigantisch spandoek van zijn gezicht, met die enorme baard. Het verhaal wordt echt opgepikt door een nieuwe generatie supporters. De harde kern bestaat deels uit kinderen van de vluchtelingen uit Agdam."

In 2015 vestigde Qarabag zich definitief in Baku, met een eigen stadion. Tot die tijd leefde de club 'van stadion naar stadion'. Tussen 2009 en 2011 speelde Qarabag bijvoorbeeld in Guzanli, een vluchtelingennederzetting op een steenworp afstand van de frontlinie in Agdam. "Dat was een heel klein dorpje en dat is het nog steeds, maar er wonen nu wel veel meer mensen. Sommigen wonen in zelfgebouwde hutten. In dat dorpje staat een stadion van de Azerbeidzjaanse overheid, dat niet per se voor Qarabag was maar wel gebruikt kon worden door de club. Toen werd Qarabag dus voor het blok gezet: waren ze loyaal aan hun afkomst of wilden ze gaan voor het sportieve succes? Ze kozen ervoor om hun thuiswedstrijden toch in de vluchtelingennederzetting te spelen."

Thuiswedstrijden waren altijd een 'enorme happening', zegt Huizinga. De spelers van Qarabag hadden er lang niet altijd zin in; de lokale bevolking wel. "Er kunnen tweeduizend mensen in het stadion. Die waren helemaal gek. Ik heb er ook de raarste vechtpartijen meegemaakt, omdat een wedstrijd het enige verzetje was in twee weken tijd. Voor de spelers was het gewoon niet te doen. Ze moesten zeven uur rijden voor iedere thuiswedstrijd. Er zijn ook geen hotels, dus ze sliepen in het stadionnetje. Ze sliepen in kleine kamers, met kleine houten bedden en een douche met enkel koud water. Ik heb er ook geslapen, dus ik weet hoe het is. Voor mij is het wel te overleven, maar voor voetbalprofs met een dik contract is het iets heel anders. Die hebben helemaal geen zin om zich met koud water te wassen en geen internet te hebben."

In die tijd was Qarabag slechts een van de grote clubs in Azerbeidzjan; anno 2018 is het verreweg de grootste club. De verhuizing naar Baku heeft Qarabag goed gedaan. Er zijn meer financiële mogelijkheden, spelers zijn minder terughoudend om naar Qarabag te gaan en de sportieve prestaties zijn niet achtergebleven. De afgelopen vier jaar werd Qarabag kampioen; de laatste drie seizoenen werd ook de beker gewonnen. De periode in Guzanli zal Qarabag niet gauw vergeten, maar men wil wel door. "Het geeft aan dat de achtergrond wel degelijk leeft, maar dat je er niet altijd mee bezig kunt blijven."

Meer nieuws
Het is niet (meer) mogelijk om te reageren op dit document.
Reacties