Argentijns mirakel in Turijn
Door AlexDelPiero10

San Nicolás de los Arroyos, 17 februari 2005. Het is doodstil op de kamer, enkel een zachte ademhaling verstoort de stilte. Enrique Omar Sívori rust uitgeput uit in zijn ziekenhuisbed, wachtend. De pijn is immens, de hoop klein. Zijn grijze haren strijkt hij vermoeid uit het aangezicht, hoe lang nog? Omar kan enkel afwachten, en nadenken.

Het zwart-wit van toen heeft mij altijd gefascineerd, maar het is de moderne wereld van nu die mij verreikt heeft met deze heerlijke beelden. Ik koppel zenuwachtig en gehaast mijn laptop aan de tv, zwart wit geschreven voetbalgeschiedenis werpt haar licht en schaduw op de muren rondom me. Muren die verdwenen lijken te zijn. Omar danst over mijn beeldscherm, elegant en vastberaden poort hij telkens zijn tegenstander. Lichtjes arrogant en soms agressief, Sívori was zo'n speler waarvan je wist, hij is de baas. De beste. Opgelaten dat het fragment ten einde is zet ik het beeld uit en leg mezelf te slapen, maar Sívori blijft onvermoeibaar door mijn hoofd dansen.

Juventus kende slechte tijden, tijden waarin het kansloos haar meerdere moest erkennen in clubs als AC Milan, Internazionale en Fiorentina. De tijd voor verandering was aangebroken, een club zoals Juventus kon simpelweg niet teren op nul prijzen in vijf jaar tijd. Misnoegde tifosi eisten versterking en die kwam er, en hoe.

Omar Sívori, de kleine Argentijn van River Plate, arriveerde in de zomer van 1957 in Turijn voor wat een succesvolle samenwerking moest worden. Vooraan vergezeld door een andere clublegende, Giampiero Boniperti, en de Engelsman John Charles vormde Sívori een jarenlange gesel voor elke defensie. Zijn flair en weergaloze dribbels gecombineerd met een gemotiveerde manier van spelen bezorgden Juventus terug de glorie van weleer. Uitdagend als hij was speelde hij steeds zonder scheenbeschermers, de kousen speels tot op de enkels gedragen.

El Cabezòn, zoals Sívori genoemd werd door de Juventini vanwege zijn grote hoofd, scoorde er vlijtig op los. Inspirerende prestaties en belangrijke goals wisselden zich af met kleine incidenten. Nooit zou hij een onbeschreven blad blijven voor de Italiaanse pers. Hij werd negentien maal opgeroepen voor de Argentijnse Albiceleste, hierin was hij negen keer trefzeker. Samen met mannen als Omar Oreste Corbatta en Humberto Maschio vormde Sívori een legendarische aanval bij Argentinië. Alle drie tezamen vertrokken ze uit hun thuisland naar de Serie A in 1957, respectievelijk naar Juventus, Internazionale en Atalanta. Ze kregen de bijnaam Gli angeli con le facce sporche, oftewel The Angels with Dirty Faces, genoemd naar de gelijkaardige gangsterfilm uit de jaren 30. Later speelde Sívori nog voor de Squadra Azzurra, daar de Italiaanse overheid hem verbood ooit nog voor Argentinië te spelen. Hij wist in negen officiële wedstrijden acht keer te scoren en hij was actief op het wereldkampioenschap voetbal in 1962 te Chili.

Zijn moeilijke karakter op het veld stak even vaak de kop op als zijn fenomenale prestaties, prestaties die enigszins de kleine problemen verdoezelden. De Argentijn was zeker niet overal in Italië even populair, de Italiaanse maffia dreigde er zelfs mee dat indien El Cabezòn scoren zou in een bepaalde wedstrijd, hij een kogel in het hoofd zou krijgen. Onvermijdelijk als het was vloog een verloren bal per ongeluk via Omars achterhoofd in doel, waarna Sívori meteen van het veld gehaald werd. Omringd door de overige Juventus-spelers die de kleine Sívoris hoofd beschermden met hun eigen lichaam verdween hij uit het stadion, en werd hij teruggebracht naar Turijn onder politiebewaking. Later die wedstrijd scoorde John Charles nog, maar de arbitrage keurde het doelpunt onterecht af. Charles, die meteen aan de scheidsrechter ging vragen waarom hij een geldig doelpunt afkeurde kreeg als antwoord: “Net als meneer Sívori zou ik graag nog veilig thuiskomen.”

In 1961 kreeg Sívori weliswaar de ultieme erkenning als voetballer door de prijs van beste voetballer van Europa te winnen, de voorloper van de gouden bal. Ach, het ‘grote hoofd’ mocht dan misschien een opvliegende kleine etterbak zijn geweest, de indruk die hij met zijn voeten naliet was van de allerhoogste orde in het voetbal. Maar liefst driemaal won hij de Scudetto met Juve, en tweemaal de Coppa Italia. In totaal wist hij 232 keer het net te doen trillen in 400 wedstrijden, als creatieve terughangende aanvaller is dat onwerkelijk. Zeker als je rekening houdt met het feit dat Sívori in een competitie speelde die verdedigend tot op de dag van vandaag zijn gelijke niet kent. Vooral toen kon je nergens beter georganiseerde verdedigingen treffen dan in het grote Calcio, maar de 1.63 meter ‘grote’ Argentijn met het boevengezicht tartte die stelling als geen ander. Poortjes makend en dansend zijn mannetje gek draaien, openingen forceren en vooral veel goals maken, kleine Omar deed het allemaal. De bijnaam die hij na zijn actieve carrière toebedeeld kreeg vind ik persoonlijk beledigend. Waarschijnlijk was het goed bedoeld, echter, een speler van het statuut en de grandeur van Omar Enrique Sívori geef je simpelweg geen bijnaam die refereert naar een andere grootheid van het voetbal. Daarom ga ik die bijnaam in het midden laten in mijn schrijven, in de hoop dat mensen mijn keuze respecteren.

We zijn terug op de kleine ziekenhuiskamer te Buenos Aires, de machtige hoofdstad waar Sívori het levenslicht zag. Geboren om te voetballen en groots te zijn. Maar het leven is niet altijd voor rede vatbaar, en al te vaak keert ons eigen lichaam zich tegen ons.

De adem die de stilte soms bijstaat en zelfs versterkt hapert, de broodmager geworden vorm van de kleine voetballer ligt stil in het witte linnen. Een zachte wind waait door het openstaande raam naar binnen, het grijs geworden haar in de war blazend. Hij voelt de hand van de heer op zijn klamme voorhoofd rusten, met zijn laatste mentale krachten aanvaard hij nederig Gods hand. Het lichaam verliest zeker en beslist de strijd tegen de hardnekkige pancreaskanker, de enige opponent die hij nooit klein heeft gekregen. De lucht glipt weg en het grote hart geeft op, de monitor in alarmfase achterlatend.

Rust zacht Enrique Omar Sívori, en bedankt voor alles.

 
Juventus

Noot: Dit artikel is door een Clubexpert geschreven en niet door onze redactie. Clubexperts zijn lid van Voetbalzone en kenner van hun favoriete voetbalclub.
Meer Clubexperts
Meer Clubexperts
Het is niet (meer) mogelijk om te reageren op dit document.
Reacties