Ons litteken
Door AlexDelPiero10

Stop all the clocks, cut off the telephone,
Prevent the dog from barking with a juicy bone.
Silence the pianos and with muffled drum
Bring out the coffin, let the mourners come.
Let aeroplanes circle moaning overhead
Scribbling on the sky the message He is Dead,
Put crépe bows round the white necks of the public doves,
Let the traffic policemen wear black cotton gloves.
He was my North, my South, my East and West,
My working week and my Sunday rest,
My noon, my midnight, my talk, my song,
I thought that love would last forever: I was wrong
The stars are not wanted now, put out every one;
Pack up the moon and dismantle the sun;
Pour away the ocean and sweep up the wood.
For nothing now can ever come to any good.

- Wystan Hugh Auden (1907-1973)

Salvatore woonde bij ons om de hoek, een die hard Palermo-fan die destijds het eiland Sicilië ontvlucht was door de crisis en het daaraan gekoppelde gebrek aan werk. Salva, zoals de buurt hem noemde, leek erg op een soort chef of baas. Met zijn strakke pak en indrukwekkende lichaamsbouw dwong hij haast ongewild respect af. Naast zijn liefde voor Palermo kende hij ook een sympathie voor Juventus, maar sinds de dood van zijn Belgische vrouw was het voetbal bij hem wat op het achterplan terechtgekomen. ‘Op een dag kom je er achter jongen, dat voetbal bijzaak is’, is iets wat hij me wel vaker op het hart drukte. Er zat dan iets dwingends in zijn anders kalmerende stem.

‘Het is een tijdje geleden kleine vriend, wat brengt je hier?’ Schattend kijkt hij me aan met die penetrerende groene ogen. ‘Wel... jij was erbij die dag, niet? Dat vertelde opa me, het Heizeldrama, jij was erbij.’ De aarzeling in mijn stem is ongewoon en zuchtend zet hij zich neer aan de eiken keukentafel; ‘ja ik was erbij, en ik zeg het je, ik voelde me ziek achteraf.’ Zonder dat ik specifiek hoefde te vragen naar de gebeurtenissen die dag stak hij van wal. Het leek wel gisteren en toch is het bijna 30 jaar geleden. Alsof hij die vergane tijd tracht terug te winnen kijkt hij even naar de klok aan de muur. Het was al de hele dag onrustig in Brussel, je kon er geen man meer vinden die niet dronken was en de wedstrijd begon pas over enkele uren. Ik geef eerlijk toe dat ik me ongemakkelijk en onveilig voelde, als ik erop terugkijk moest dit wel fout lopen. Iedereen was zo opgefokt en zeggen dat de spanning je de adem afsneed is niets te veel gezegd.

Salva staat recht en legt zijn handen op zijn onderrug, iets wat hij deed wanneer hij uit zijn element was. Ik kan hem enkel sprakeloos aankijken en hij besluit dan maar verder te gaan. Voor de wedstrijd was er een miniemenwedstrijd, een rood en een wit team. Toen al werd de situatie ingewikkeld, de Liverpool-fans kozen de kant van de rode en wij die van het witte team, toen ‘onze’ jongens scoorde en de Italianen juichte zag ik plots aan de overkant de Engelsen massaal door de hekken breken. Ze hadden geen schijn van een kans. Hij staart door het kleine keukenraam naar buiten en ik merk de pijn zelfs nu, met zijn rug naar me toe gekeerd.

‘Het was één grote rotzooi, een puinhoop. Ik zag mannen vrouwen en kinderen werkelijk platgedrukt worden, de muur kon de druk niet langer aan en begaf het, als je onderaan lag was er geen redden meer aan.’ Ik slik de krop in mijn keel weg en streel mijn kop thee. ‘Ik kan me niet inbeelden wat dat voor je geweest moet zijn, het spijt me dat ik erover begon.’ In een ruk draait hij zich om en kijkt me verbaasd aan. ‘Waarom? Nee, nee het is goed jongen, er mag over gepraat worden, dat moet zelfs.’ Meteen voel ik me terug op mijn gemak. ‘Weet je, vorig jaar is er een monument onthuld, ter ere van de slachtoffers, wil je eens gaan kijken?’ Ik was enorm verbaasd, maar geïntrigeerd stemde ik in. In de wagen was er niets meer te bespeuren van de ingetogenheid die in de keuken hing, we zingen luidkeels mee met de meest achterlijke muziek die de radiozenders spelen op dat moment en lachen ons een breuk. Tot het stadion aan de horizon opdoemde.... de stilte was weer tastbaar, gekalmeerd door de eerste aanblik van het monument zei Salvatore: ‘wel kerel, dit is het dan.’

Samen wandelen we op het monument af, een gigantische zonnewijzer, en kijken elkaar zo nu en dan vluchtig aan. ‘Blok Z’ doet groots aan, maar ze kan haar littekens niet voor me verbergen. Haar muur is nu sterker dan ooit maar ooit had ze sterker moeten zijn. Nu is het te laat, het litteken is gekerfd. In de muur, in onze harten en in onze herinnering. Salvatore is anders altijd rad van tong, maar de gezellige man kijkt bedroefd en hult zich in stilzwijgen. Wel minutenlang staan we zij aan zij onder de grote zonnewijzer, zwijgend en het Engels gedicht van Hugh Auden overlezend, opnieuw en opnieuw. Sinds die bewuste dag in mei 85’ is hij nooit meer wezen kijken, stadions schrikken hem af en voor hem is de sport haar grandeur kwijtgeraakt. Hij gooit nog een laatste blik op het herdenkingsmonument vooraleer hij zich gelaten omdraait. ‘Kom je?’ ‘Ja, zo meteen.’ En hij wandelt met de handen op de rug naar de auto toe, voorgoed.

Die dag wapperden de zwart-witte vlaggen niet in de wind, maar bedekten ze lichamen. De beker glimt in de prijzenkast, maar is tot de rand gevuld met bloed. Te ere van hen, degene waar het om draaide die avond, de 39 die haast vergeten lijken te zijn en als het de pijn enigszins kan verzachten, ik zal deze met bloed besmeurde trofee nooit meetellen, giammai!

 
Juventus

Noot: Dit artikel is door een Clubexpert geschreven en niet door onze redactie. Clubexperts zijn lid van Voetbalzone en kenner van hun favoriete voetbalclub.
Meer Clubexperts
Meer Clubexperts
Meer sportnieuws
Het is niet (meer) mogelijk om te reageren op dit document.
Reacties