'Het zag er niet uit, om de hoek zat de wc en hij zat daar die pan af te wassen'
Woensdag, 15 juli 2020 om 08:43

Nederlandse profvoetballers zijn in alle uithoeken van de wereld te vinden, van de spotlights van de grote Europese competities tot de meer avontuurlijke dienstverbanden op andere continenten. In de rubriek Over de Grens spreekt Voetbalzone wekelijks met een speler die buiten de landsgrenzen actief is. Met deze keer aandacht voor Nick Kuipers, die met volle teugen geniet van zijn dienstverband bij topclub Persib Bandung in het voetbalgekke Indonesië.

Door Chris Meijer

Normaal gesproken is de 1,93 meter lange Nick Kuipers een ware attractie in de straten van Bandung. Als de 27-jarige Maastrichtenaar er een keer voor kiest om een andere supermarkt te gebruiken of eens een nieuw restaurant te testen, moet hij er rekening mee houden dat tientallen mensen hem komen storen voor een foto, een handtekening of een praatje. De afgelopen maanden, voornamelijk in het begin van de coronacrisis, kon Kuipers weer in relatieve rust over straat, zoals hij dat ook in Maastricht, Den Haag of Emmen kon. "Ik had een mondkapje en een pet op, dus ik heb het een hele tijd vrij rustig gehad. Misschien dat mensen het ook niet durfden om te vragen. De club had een mediabericht gemaakt waarin gemeld werd dat het niet bewust was dat spelers niet wilden meewerken aan selfies, maar dat het puur voor de veiligheid was. Nu wordt het wel weer meer, omdat het ook overal steeds meer gaat over dat het voetbal weer gaat beginnen", lacht Kuipers. Het is de bedoeling dat de Indonesische Liga 1 in oktober weer hervat wordt, terwijl Persib Bandung deze week weer zou moeten beginnen met trainen.

"Je moet je afvragen hoe correct de cijfers hier zijn, want er zijn maar 3000 doden op 270 miljoen mensen. Waar praat je dan over? Dat stelt eigenlijk helemaal niks voor. Het leven is grotendeels doorgegaan, want mensen leven op straat. Je kunt tegen hen wel zeggen dat ze binnen moeten blijven. Maar als ze geen saté verkopen, kunnen ze niet leven. Dus die mensen moeten wel, ze moeten geld verdienen om te eten. Mensen hebben wel in een lockdown gezeten, restaurants waren dicht en op straat was het wel rustiger, maar veel mensen zijn ook gewoon doorgegaan met hun leven", vertelt hij over de impact van de coronacrisis op Indonesië. Ondanks dat het voetbal, zoals in de hele wereld, halverwege maart kwam stil te liggen, besloten Kuipers en zijn vriendin niet terug te keren naar Nederland. "Ik had zoiets van: ik zit in principe goed, we hebben een mooi huisje met zwembad in de tuin en het is lekker weer. We hebben het gewoon aangekeken en je kan altijd nog het vliegtuig pakken als het voetbal helemaal niet meer doorgaat. In Nederland was ook een lockdown en wat ga je daar dan doen? We hebben geen eigen huis daar, dus dan moet je bij anderen gaan inwonen en dat schiet niet op. Als ik hier alleen was geweest, was ik waarschijnlijk wel naar Nederland gegaan."

Het in het hart van West-Java gelegen Bandung is sinds augustus van het vorige jaar het thuis van Kuipers. De gedachten gaan even terug naar bijna een jaar geleden, toen hij zich op een kruispunt op zijn carrière bevond. "Ik moest weg bij ADO. Of nou ja, ik hoefde niet weg. Maar het was geen probleem als ik weg zou gaan, dus met andere woorden: ik was niet meer de eerste keuze." Het leek er lang op dat een nieuwe huurperiode bij FC Emmen de enige concrete optie was, tot zijn zaakwaarnemer begin augustus aan de telefoon hing. In de onderhandelingen met Persib over Kevin van Kippersluis had hij te horen gekregen dat er na een teleurstellende eerste seizoenshelft - het seizoen loopt in Indonesië over een kalenderjaar - ook nog een nieuwe centrumverdediger bij moest komen. Of Kuipers eventueel iets zag in een avontuur in Indonesië?

Van Persib had Kuipers nog nooit gehoord, dus hij besloot eens op internet te gaan zoeken. "Als je het hoort, ga je kijken en zie je filmpjes van een stadion vergelijkbaar met De Kuip. Dat is al heel aantrekkelijk, om daar wekelijks te gaan spelen. Natuurlijk is het financieel ook interessant, anders ga je niet naar de andere kant van de wereld. Dat speelt ook zeker mee, het is het eerste waar je naar kijkt. Maar als je goed geld kunt verdienen én bij zo'n club kan spelen, is dat mooi meegenomen. Ik ben het thuis gaan bespreken en heb uiteindelijk besloten het aan te gaan. Bij Emmen had ik voor het niveau gekozen, want dat ligt in de Eredivisie hoger. Maar alles wat er bij komt, maakt het veel mooier dan om in de Eredivisie te spelen", verklaart Kuipers. Dus stapte hij halverwege augustus samen met Van Kippersluis op het vliegtuig richting Azië, met als eerste stop Kuala Lumpur. Het Nederlandse duo verbleef in de Maleisische hoofdstad in afwachting van hun visum voor Indonesië en trainde ondertussen via een vriend van de Nederlandse Persib-trainer Robert Alberts mee met een tweededivisionist, om alvast te wennen aan de omstandigheden in Zuidoost-Azië en de jetlag te verwerken. Het was de bedoeling dat Kuipers en Van Kippersluis zo direct konden aansluiten in Indonesië zodra de transferwindow daar openging.

Kuipers speelde in Nederland voor achtereenvolgens MVV Maastricht, ADO Den Haag en FC Emmen. Voor de twee laatstgenoemde clubs speelde hij totaal 28 Eredivisie-wedstrijden.

Al in Kuala Lumpur kreeg het Nederlandse duo in de gaten dat ze niet bij zomaar een club zouden gaan tekenen. "Er waren al wat geruchten dat Kevin zou komen, dus hij had er op Instagram al vijfduizend volgers bij. Op gegeven moment waren we gaan trainen en toen we terugkwamen, keek ik op mijn telefoon en zag ik dat er dertigduizend volgers waren bijgekomen. Ik zei: 'Wat is dit nou?" Er was blijkbaar uitgelekt dat we dus met z'n tweeën in Kuala Lumpur zaten in voorbereiding om naar Persib te vliegen. Toen ging het super hard, de volgende dag had ik er honderdduizend volgers bij. Ja, bizar. Ze hadden met Photoshop mijn hoofd op het shirt geplakt, gekkenhuis. Dat kan je je niet voorstellen." Kuipers zucht even en gaat met een lach verder. "Ik zie me nog liggen met Kevin op die hotelkamer. Dat we gingen refreshen en er in tien seconden vijftienhonderd volgers bij kwamen. We lachten ons kapot en dachten: waar zijn we in godsnaam terechtgekomen?"

Met wat voor verwachtingen stap je dan het vliegtuig richting Indonesië in?
"We vroegen ons eerst nog af wie ons van het vliegveld zou komen ophalen. Onze koffers waren gewoon ingecheckt en we wisten niet waar we vanaf het vliegveld naartoe moesten. We dachten: we zien wel als we daar aankomen, er zal wel iemand van de club zijn die ons naar het hotel brengt. Toen stapten we het vliegtuig uit, daar stonden al een cameraploeg en mensen met Persib-kleding. Onze paspoorten werden gepakt, we werden langs de douane geleid waar we ons visum moesten laten zien. Eenmaal buiten stonden er allemaal cameraploegen, er werden foto's gemaakt: het sloeg helemaal nergens op."

Hebben jullie in die chaos uiteindelijk wel de juiste persoon van de club weten te vinden?
"Er waren tien man die vertelden waar we heen moesten en uiteindelijk kwamen we bij de juiste persoon terecht, die ons naar het appartement heeft gebracht. Het was alsof je een film in loopt, die twee weken heeft geduurd. Iedere dag vraag je je af waar je in godsnaam in beland bent. Je kunt je dat als nuchtere Nederlander gewoon niet voorstellen. Je geeft in Nederland af en toe eens een interview, maar bij onze eerste persconferentie stonden er tweehonderd man in die kamer. Dat zie je alleen op televisie bij grote clubs, er stonden allemaal mensen buiten over elkaar om foto's te maken. Er was een glazen deur met een bewaker ervoor, daar zag je af en toe fotocamera's bovenuit komen."

De presentatie van Kuipers en Van Kippersluis bij Persib Bandung.

Drie dagen na jullie aankomst stond je direct negentig minuten op het veld tegen PSS Sleman in een uitverkocht stadion. Speel je zo'n wedstrijd dan uit op adrenaline?
"Er stond zoveel druk op die wedstrijd, maar dat heb ik amper gevoeld. We waren met nog een andere buitenlander gehaald om het seizoen te redden. Er werd gezegd: 'Daar komen de jongens die ons komen helpen, vanaf nu gaat het allemaal een stuk beter'. Er was zoveel aandacht, zoveel krantenartikelen. Van mij werd verwacht dat ik geen fouten zou maken, omdat ik vanuit de Eredivisie kwam. Maar we wisten helemaal niet hoe het niveau was, we hadden amper meegetraind. Ik weet helemaal niks meer van die wedstrijd, ik heb een aantal keer om me heen gekeken en gedacht: Jezus. Dat heb ik één keer eerder gehad, toen ik op mijn zeventiende met MVV in de beker tegen Ajax speelde. Het was de eerste keer in een groot stadion, maar dat had ik nu wéér. Van: wow, wat is dit? Je kan in het stadion ook gewoon niet coachen, omdat je elkaar niet kunt verstaan. Dat heb je in Nederland nergens, misschien in De Kuip of de ArenA."

Ook de eerste uitwedstrijd werd voor Kuipers een ervaring om niet snel te vergeten, al had dat een andere reden. Op de terugweg van de uitwedstrijd tegen TIRA-Persikabo in het ten zuiden van Jakarta - het gebied van aartsrivaal Persija - gelegen Bogor, werd er een steen door de ruit van de spelersbus van Persib gegooid. "Tja, jezus. Dat was ik bijna vergeten", lacht Kuipers. Hij vergelijkt de verhoudingen tussen Persija en Persib met die tussen Ajax en Feyenoord. "Er werd van tevoren gevraagd of we met tanks of een gewone bus naar die wedstrijd wilden reizen. Ondanks dat er wel supporters van Persija waren, was het redelijk rustig. Toen reden we na de wedstrijd op gegeven moment op de snelweg en kwam er een steen door de ruit. Die jongen heeft er nog een litteken van, hij heeft echt geluk gehad. Bloed, glas, de dokter erbij: het was wel even chaos. Als zoiets in Nederland gebeurt, komt het via de pers naar buiten. De jongens gingen het filmen en meteen op social media zetten. Dus ik kreeg een boos telefoontje van mijn vriendin: 'Waarom laat je me niet weten wat er gebeurd is?' Ik was een beetje verbaasd en vroeg hoe ze dat wist. 'Kijk maar op social media', zei ze. Het stond helemaal vol met filmpjes van onze bus."

Als gevolg werd de wedstrijd tegen Persija afgewerkt op Bali zonder supporters. "Super jammer, want ze hebben een stadion voor tachtigduizend fans en dat wil je een keer meegemaakt hebben." Tegelijkertijd werd er voor de wedstrijd van Persib tegen het eveneens uit Jakarta afkomstige Bhayangkara wel gekozen om met legervoertuigen naar het stadion te reizen. "Ik vond het wel meevallen, natuurlijk komen er wat stenen tegen die tanks aan. Maar daar merk je amper wat van. In het stadion zelf viel het ook wel mee, alles was afgezet en niemand kan bij je komen. Bovendien scheelt het dat je niet verstaat wat ze naar je roepen. Het is heftig, maar ik vind het ook mooi om mee te maken. Natuurlijk wil ik geen steen naar mijn hoofd krijgen, alleen geeft het wel een soort beleving en ik houd er wel van."

Heeft het je ook wel verrast hoe erg het voetbal in Indonesië leeft?
"Ik had wat jongens gesproken en ik wist dat het leefde, maar zó erg. Nee, dat had ik niet verwacht. Ik ging in het begin met Kevin ergens eten en dan kwamen mensen naar onze tafel om een foto te vragen. Dan hadden wij zoiets van: we zitten te eten, wacht even tot we klaar zijn. Die gekte is ook wel minder geworden, moet ik zeggen. In de eerste weken was het heel extreem, toen kon ik nergens naartoe. Overal waar ik kwam, moest ik tien of twintig keer op de foto. Ik dacht toen wel: ik zou het niet heel fijn vinden als ik dit altijd moet. Maar ik ga elke keer naar dezelfde supermarkt en al het personeel heeft me inmiddels al wel op de foto gehad, dus die komen niet nog een keer. Als ik naar dezelfde plekjes ga, merk je dat de mensen je kennen en dan laten ze je met rust. Maar als ik naar een andere supermarkt ga of bij een nieuw restaurant ga eten, moet ik de eerste keer met iedereen op de foto. Het hoort er ook bij, daar kies je voor en dat vind ik ook niet erg. De waardering die je krijgt als het goed gaat, is alleen maar leuk."

'Bij mijn eerste persconferentie zaten er 150 mensen, dan overdrijf ik niet'

Voetbalzone sprak eerder met Kevin van Kippersluis over zijn belevenissen als speler van Persib Bandung. Lees artikel

Kevin is inmiddels teruggekeerd naar Nederland om bij Go Ahead Eagles te gaan spelen, dus we kunnen wel concluderen dat jij iets beter je plek hebt gevonden?
"Als je als verdediger drie ballen het stadion uit schiet, ben je een held. Een aanvaller móét doelpunten maken en als je dat doet, ben je het mannetje. Als je assists geeft in plaats van doelpunten maakt, zijn ze heel zwart-wit en krijg je te horen dat je daar niet voor gehaald bent. Ik denk dat ik me vanaf het begin goed staande heb kunnen houden en dat ik het niveau goed aankan. Maar het is niet zo dat je hier naartoe moet komen met de gedachte: ik doe het wel even met twee vingers in de neus. Dan gaat het bijna altijd mis, dus ik heb het serieus genomen en dit is een fantastische competitie om in te spelen."

De uitwedstrijden zullen inderdaad wat anders zijn dan je in Nederland gewend was.
"Soms moet je vanaf het vliegveld nog uren rijden naar de stad van bestemming, dan zie je ook heel veel van het land. We zijn een keer gestopt langs de weg, dat was nog met Kevin. We hebben daar gewoon niet gegeten, omdat we het niet vertrouwden. Het zag er niet uit, om de hoek zat de wc en die man zat daar die pan af te wassen. Daardoor dachten we: deze slaan we wel even over. De teamgenoten hebben nooit ergens last van, die kunnen alles eten. Overigens: overal waar we komen worden we opgewacht door fans met vlaggen en muziek. Soms vliegen we twee of drie uur en dan is het net alsof we weer in Bandung zijn."

"Mensen rijden hier zeven of acht uur op hun scooter om een wedstrijd te kijken. Op hun scooter, hè. Als je met een bus ergens naartoe moet, rijden er vijftig scooters voor die bus. Tien rijden alvast vooruit voor het volgende stoplicht, zodat we overal kunnen doorrijden. Niet de politie zet alles stop zodat de bus erlangs kan, maar supporters met vlaggen en sjaals. Dat dóén mensen gewoon, uit liefde voor de club. Als je in Nederland zegt dat er 50 man voor de spelersbus van Ajax moeten gaan rijden, kijken 49 je aan van: ik weet niet wat jij denkt, maar ik ga toch niet op mijn scooter het verkeer regelen?", gaat Kuipers met een lach verder. Hij geniet dan ook met volle teugen van het voetbal en het leven in Indonesië. "Ik had nooit kunnen dromen dat ik zoiets zou meemaken, ik heb niet de kwaliteiten om bij een grote club te kunnen spelen. Hier speel ik bij een hele grote club. Weliswaar is het niveau niet hetzelfde, maar alles eromheen wél. Het kan voorkomen dat er een training uitgesteld wordt of dat ze creatief met afspraken omgaan, dat is nu eenmaal zo. Je moet het gewoon accepteren, er is vanaf dag één gezegd: 'Het is heel anders dan Nederland, ga niet denken dat je dat kan veranderen'."

Het contract van Kuipers bij Persib loopt nog tot het einde van dit kalenderjaar, al bestaat de mogelijkheid dat de aflopende verbintenissen verlengd gaan worden als het seizoen daarna nog uitgespeeld moet worden. En daarna? Een volgende stap binnen Azië? "Ze zeggen dat het voetbal en de financiën elders in Azië beter zijn, maar het is nergens zo gek als hier. Dus waar ga je dan voor? De gekte en volle stadions of meer geld verdienen? Maar dat is nu totaal niet aan de orde", benadrukt hij. De gedachten van Kuipers liggen eerst nog bij eremetaal met Persib, dat met negen punten uit drie wedstrijden uitstekend aan de competitie begon. "Ik heb foto's gezien wat er gebeurt als je hier kampioen wordt... Dat wil je wel meemaken, kan ik je vertellen. Je krijgt taferelen die je zou zien als een grote club in Europa kampioen wordt, pleinen en straten vol met honderdduizenden mensen. Dát is mijn doel om mee te maken."

Aad de Mos blikt vooruit op nieuwe Eredivisieseizoen: 'Ajax wordt niet zomaar kampioen'
 
Meer video's
 
Nick Kuipers

Meer nieuws
Meer sportnieuws
Het is niet (meer) mogelijk om te reageren op dit document.
Reacties