De voetbalfabriek van Benfica
Door S.L.B.
Vrijdag, 15 januari 2010 om 09:46 • Mico

De kop is eraf. Het begin van de nieuwe koers ziet er goed uit en begint nu vruchten af te werpen. In twee jaar tijd is wanhoop veranderd in hoop en in plaats van verlangen naar het verleden, verlangt de Benfiquista nu juist naar de toekomst. Met onze held voorop heeft de club de intentie om stabiliteit te creëren en vanuit een goede basis in een opwaartse spiraal terecht te komen die moet leiden naar de top van Europa. Het is een mooie gedachte en de theorie is simpel: verkopen totdat je er bent.

Zodra er jonge, begaafde spelers in het eerste elftal van Benfica verschijnen, zijn we positief gestemd. Deze jonge jongens blijven twee à drie jaar in Lissabon en worden dan volgens plan geveild aan het buitenland. Daarbuiten is het een gekkenhuis. De honger naar getalenteerde spelers is niet te stillen. Twee keer per jaar is het jachtseizoen geopend. Rijke clubs komen als ware jagers uit alle hoeken en vanzelfsprekend schromen ze dan niet om met zwaar geschut te zwaaien. Het is jammer om afscheid te moeten nemen van grote talenten, maar het is niet anders. Zo moet het nu gaan. Als je ze niet kan bestrijden, dan maar gebruiken. De échte adelaars, die komen wel terug.

Het artikel gaat verder onder de video
Meer videos

In de praktijk, als er niemand doorbreekt, loopt de club zonder pardon het risico dat er gaten vallen. Het plan van aanpak kan op losse schroeven komen te staan met de kans dat de boel als een kaartenhuis in elkaar stort. De uitdaging om deze weg succesvol te blijven bewandelen zit in de productiekwantiteit van topspelers. Het jaar op jaar aanleveren van jonge, goede voetballers is moeilijker gedaan dan gezegd.

Naast het feit dat Portugal een relatief laag bevolkingsaantal heeft, waardoor voetbaltalent bij voorbaat spaarzaam is, heeft de club ook concurrentie van rivalen te dulden. Zij vissen immers in dezelfde, ondiepe vijver naar goudvisjes. De nationale visvijver is simpelweg niet voldoende om de honger te stillen. Elk jaar moeten er spelers in de vitrine worden uitgestald. Zodra het jachtseizoen voor geopend is verklaard moet alles klaar zijn.

Deze nieuwe realiteit waar Benfica zich in bevindt, lijkt voor een Portugese topclub de beste weg vooruit. Verkopen en dus incasseren. Dat het mogelijk is om zo, op deze manier successen te behalen is door een andere club uit het noorden des lands tot een kunstvorm verheven. Het wiel opnieuw uitvinden is dan ook niet aan de orde, goed voorbeeld doet ook hier volgen. Tegen de koper, wanneer de miljoenen worden over gemaakt, wordt gezegd: ''Maak je geen zorgen, ze zijn nog jong, de waarde zal alleen maar stijgen''.

Onze groeidiamanten, met een leuk strikje van de media eromheen, kunnen zelfs een nieuwe rage worden. Want, wie in voetballand kent ze nog niet? Angel Di Maria en David Luis, voor ons hét 'exportproduct seizoen 2009/10'. Beiden worden nu al gevolgd door veel clubs en staan, als ze straks het adelaarsnest verlaten, garant voor financiële voorspoed in Lissabon. Na hun vertrek moet Benfica de ware uitdaging aangaan, er mogen dan geen gaten meer vallen. De productie mag niet haperen!

Laat het nou zo zijn dat onze voetbalfabriek in een gigantisch mooi land aan de overkant van de Atlantische Oceaan staat. Een land dat lang geleden bij toeval is ontdekt en waar het Portugees vanuit de wortels in mee gegroeid is. Brazilië heeft al decennia lang een fabriek van topvoetballers op volle toeren draaien. Deze gigantische productiemachine moet er zorg voor dragen dat er bij ons geen gaten vallen.

'Goudvisjes' uit een voetbalparadijs, het grootste voetballand ter wereld, zien Portugal als dé springplank naar Europa. Wij, op onze beurt, maken weer gretig gebruik van de voetbalfabriek en bouwen met beleid aan onze eigen brug naar Europa. Onafgebroken in de Champions League, dat is het ultieme doel. Daar moeten we komen om blijvend met de rijken te concurreren. Wij willen onze plek claimen, en laten zien dat we daar horen.

Een grote club, die van oudsher erbij hoort, snakt naar volgend seizoen. De Champions League is eindelijk weer in zicht en het geloof in eigen kunnen is er. Er staat een elftal dat barst van jonge spelers die stuk voor stuk hun eigen waarde nu al hebben bewezen. Op het veld geholpen door een paar oude vossen zoals Nuno Gomes, Aimar en Luisao lijken deze jongens wel twee keer zo goed. De basis voor een mooi vooruitzicht is gelegd.

Op grond van taal en cultuur is Portugal de aangewezen aankomsthal voor jonge spelers uit Zuid-Amerika en uit Brazilië in het bijzonder. Zij kunnen zich bij ons aan het Europees voetbal aanpassen en in de kijker van de rijke clubs spelen. Het is een win/winsituatie waar alle betrokken partijen vrolijk van kunnen profiteren. Met dank aan de Zuid-Amerikanen, kunnen wij voorlopig onze winkel openhouden en mogelijk elk jaar voor een nieuwe rage zorgen, in ieder geval zolang het nodig is.

Zelf ben ik erg benieuwd naar wie zich straks op de borst mogen kloppen als de nieuwe trotse bezitters van de twee groeidiamanten die wij dit jaar in de vitrine hebben staan. Het is januari en de jacht is geopend! Wie biedt het hoogst?

 
Benfica

Noot: Dit artikel is door een Clubexpert geschreven en niet door onze redactie. Clubexperts zijn lid van Voetbalzone en kenner van hun favoriete voetbalclub.
Meer Clubexperts
Meer Clubexperts
Meer sportnieuws
Het is niet (meer) mogelijk om te reageren op dit document.
Reacties