Voetbal en technologie: bezint eer ge begint
Door Johan78
Zaterdag, 16 januari 2010 om 18:30 • JohanLaatste update: 18:29

Vanaf grote hoogte stort hij zich naar beneden, enorme klauwen slaan zich om een hulpeloze prooi. Het is een roofvogel, waarvan vogelminnend Nederland tevreden vaststelt dat haar populatie in ons land nog altijd groeiende is. Dat is de havik, een gevleugelde vriend die beschikt over een bijzonder scherp waarnemingsvermogen van grote afstand. Een haviksoog ontgaat niets.

Nog niet zo lang geleden deed de hawkeye een succesvolle intrede in de tennissport. Meerdere camera's, opgesteld rondom de tennisbaan, volgen de bewegingen van spelers en bal, en aan de camera's gekoppelde computers berekenen exact de plaats waar de bal de grond heeft geraakt. Nou ja, bijna exact, want de hawkeye heeft een nauwkeurigheid van ongeveer twee tot drie millimeter.

Het artikel gaat verder onder de video
Meer videos

Op zich beschikt de havik over diverse kenmerken die de gemiddelde voetballer meer dan van dienst kunnen zijn. De havik is een uitstekende vleugelspeler, beschikt over een zeer goed overzicht, krijgt na een vliegende start van de wedstrijd alleen maar meer vleugels en is bijzonder sterk in de lucht. De vraag is echter of de havik ook het antwoord is op de toenemende complexiteit voor een arbiter om tot een juiste beslissing te komen in de voetbalsport, een sport die de laatste jaren alleen maar sneller wordt, om nog maar te zwijgen over de toenemende belangen.

Een grote groep voetbalvolgers is zonder meer voorstander van het gebruik van meer technologische hulpmiddelen in de voetbalsport. De hawkeye, of een technologie gebaseerd op het gebruik van videobeelden, zou het arbitrale kwartet moeten assisteren bij het waarnemen van buitenspel, een bal die de doellijn is gepasseerd, mogelijk zelfs overtredingen. Jack van Gelder pleitte er onlangs nog voor in Studio Voetbal. Beide trainers zouden per speelhelft twee of drie keer de mogelijkheid krijgen om een spelsituatie terug te zien op het videoscherm bij de vierde official, eventueel met een herziening van een beslissing van de scheidsrechter tot gevolg. Zou dat het einde van onrecht als gevolg van foutieve scheidsrechterlijke beslissingen betekenen? Ik heb mijn twijfels.

Voor het waarnemen of een bal wel of niet de doellijn is gepasseerd lijkt het gebruik van technische hulpmiddelen een uitkomst. Dit soort beslissingen zijn vaak cruciaal voor het verloop van een wedstrijd, vraag het maar aan een Duitser die zich 1966 nog herinnert. Als er twijfel optreedt of een bal voor, op of achter de doellijn is geweest, raadpleegt de scheidsrechter zodra het spel stilligt de videobeelden om tot de juiste beslissing te komen. Wellicht kan de exacte plaats van de bal ten opzichte van de doellijn met een hawkeye worden berekend. Klinkt goed, niet waar? Waar wachten we nog op?

Hoe anders is het met technologische hulpmiddelen die worden ingezet om beslissingen over bijvoorbeeld wel of geen buitenspel te bestuderen. Het gebruik van hulpmiddelen zal ertoe leiden dat scheidsrechters bij elk randje-buitenspel geval het spel laten doorgaan. Het heeft immers weinig zin om af te fluiten, de beelden te bestuderen en vervolgens te concluderen dat het geen buitenspel was. Het is onmogelijk om zo'n spelsituatie voort te zetten nadat het spel is afgefloten. Je zou een directe vrije trap aan de aanvallende partij kunnen toekennen indien het geen buitenspel bleek te zijn, maar dat is wel een erg schrale troost als die pijlsnelle aanvaller, iets voorbij de middenlijn, net in een sprintduel met een verdediger verwikkeld was op weg richting het vijandelijke doel.

Mijn verwachting is dus dat het gebruik van technologie om buitenspel te verifiëren ertoe zal leiden dat bij veel twijfelgevallen wordt doorgespeeld. Stel je eens voor, tijdens De Klassieker breekt Andwélé Slory door aan de rechterkant. Het is bijna niet waar te nemen of het buitenspel is, dus arbiter Bas Nijhuis laat doorspelen. De voorzet die volgt belandt bij de tweede paal, waar Diego Biseswar de bal oppikt en teruglegt op de mee opgekomen Leroy Fer, die, nadat hij Toby Alderweireld heeft omspeeld, de bal onhoudbaar achter Maarten Stekelenburg in de verre hoek krult. Heel Feyenoord viert feest, maar ergens rond de middenlijn zwaait Martin Jol richting scheidsrechter Nijhuis dat hij de situatie met Slory nog wel eens wil terugzien. En warempel, het was buitenspel, het doelpunt wordt geannuleerd en de Rotterdamse feestvreugde gaat niet door. Eind goed al goed, zou je zeggen, een rechtvaardige beslissing.

Stel nu eens, in bovenstaand scenario, dat Fer de bal niet in de verre hoek krult, maar naast het doel van Stekelenburg. Op het eerste gezicht lijkt dat geen probleem, maar we moeten ons realiseren dat we in dat geval naar een spelsituatie hebben gekeken, die misschien twintig seconden duurt, maar misschien ook wel een minuut, die achteraf niet relevant zal blijken te zijn. Want áls het al een treffer zou hebben opgeleverd, dan zou deze niet hebben geteld, aannemende dat Jol gebruik maakt van zijn recht om de beelden te bekijken. Er gaat dan dus kostbare speeltijd verloren aan irrelevante spelsituaties.

We veranderen het scenario nog iets. De voorzet van Slory komt bij Biseswar, maar door een matige controle ontfutselt Gregory van der Wiel hem de bal. Er volgt direct een lange pass, waarmee Dennis Rommedahl wordt gelanceerd, omdat de Deen zojuist is weggelopen uit de rug van de mee opgekomen Fer. Feyenoords laatste verdediger, Andre Bahia, is ook verrast door deze opening, en trekt aan de noodrem door Rommedahl door middel van een overtreding een overduidelijke doelkans te ontnemen. Nijhuis grijpt naar de borstzak, maar Feyenoord-trainer Mario Been maakt druk gebarend aan de zijlijn duidelijk dat Slory had moeten worden teruggefloten vanwege buitenspel. In dat geval zou de voorzet niet zijn gekomen, was Fer niet mee opgekomen en had Bahia als laatste man niet aan de noodrem hoeven trekken om Rommedahl af te stoppen. Kortom, Been wil nu ook een beroep doen op de videotechnologie. Dat wordt natuurlijk bakkeleien rondom een videoscherm aan de zijlijn. Staat men hierbij stil wanneer men pleit voor meer gebruik van videobeelden in het voetbal?

De regels in de tennissport zijn vrij eenvoudig. Een bal is in of uit. Na het bestuderen van de hawkeye wordt ofwel het punt toegekend aan een van de spelers, ofwel het punt wordt overgespeeld. Geen man overboord, zeker aangezien het overgrote deel van de punten niet cruciaal is voor het wedstrijdverloop. Bij 15-15 aan het begin van de tweede set zal niemand zich er overdreven druk om maken; er komen nog genoeg punten om de zaak recht te trekken. Hoe anders werkt het in de voetbalsport. Een foute beslissing kan cruciaal zijn. Dat lijkt een reden om het gebruik van technologie snel te introduceren, maar de complexiteit van de regels en totaal andere dynamiek van de sport zal blijven zorgen voor discutabele situaties.

Laten we in de voetballerij voorzichtig zijn met het zomaar introduceren van videotechnologie om de scheidsrechter te helpen bij het nemen van beslissingen. Technologie om te bepalen of de bal de doellijn is gepasseerd, prima, dat komt slechts zelden voor. De vijfde en zesde official, die 90 minuten staan te blauwbekken op de achterlijn, zullen er dankbaar voor zijn. Maar ik denk dat het daarbij moet blijven. De voetbalsport is (nog) niet klaar, en waarschijnlijk zelfs niet geschikt, voor een grotere mate van gebruik van technologie.

 
PSV

Noot: Dit artikel is door een Clubexpert geschreven en niet door onze redactie. Clubexperts zijn lid van Voetbalzone en kenner van hun favoriete voetbalclub.
Meer Clubexperts
Meer Clubexperts
Meer sportnieuws
Het is niet (meer) mogelijk om te reageren op dit document.
Reacties