Ik zal ons kleine broertje wél missen
Door Ajacied023
Woensdag, 27 januari 2010 om 13:42 • Daan de WinterLaatste update: 13:44

“Hoezo nou verdrietig dat Haarlem verdwijnt? We leven in een grotemensenwereld zeg, hou op.'' Natuurlijk heeft hij gelijk als Henk Kesler zegt dat Haarlem zonder geld en achterban geen toekomst heeft. Natuurlijk mag hij van de Nederlandse clubs best eisen dat ze hun financiële zaakjes te allen tijde op orde hebben en dat ze een degelijk, op de toekomst gericht beleid voeren. Kesler is immers in zekere zin eindverantwoordelijk voor een eerlijk en voor iedereen acceptabel verloop van de competitie. Toch kan ik me niet aan de indruk onttrekken dat het onze directeur betaald voetbal geen ene moer kan schelen dat HFC Haarlem in de toekomst niet langer deel zal uitmaken van het profvoetbal in Nederland.

Iedereen die wel eens in het Haarlem-stadion is geweest zal meteen toegeven dat het zielige excuus voor een voetbaltempel waarin de plaatselijke FC tot nu toe zijn wedstrijden afwerkte niet veel voorstelt. Veel profvoetballers willen er nog niet dood gevonden worden en, eerlijk is eerlijk, het voetbal zelf is de laatste jaren over het algemeen ook niet om over naar huis te schrijven. HFC Haarlem is geen grote club, er zitten niet veel mensen op de tribunes en supersterren zijn er al een hele poos niet meer te vinden. Ooit was Haarlem wellicht een roemruchte club, de club staat nu al enige tijd bekend als het lelijke eendje van de Jupiler League. Met het faillissement is definitief vast komen te staan dat het enige lot van de roodbroeken, die in het seizoen 1945/46 nog het beste team van Nederland vormden, de vergetelheid zal zijn.

Het artikel gaat verder onder de video
Meer videos

Zelf woon ik nog geen tweehonderd meter van het Haarlem-stadion vandaan. Ik heb in mijn leven maar een enkele keer een wedstrijd van Haarlem bijgewoond en je zou kunnen zeggen dat mijn voetbalhart eigenlijk alleen maar voor Ajax brandt, en niet voor Haarlem. In mijn geval is het dus inderdaad zo dat het voetbal in Haarlem niet zo enorm leeft, ook al heb ik uiteraard om mijn steun te betuigen een paar sms'jes naar het speciale telefoonnummer gestuurd dat in het leven was geroepen als laatste redmiddel voor een club die ooit fantastische voetballers als Kick Smit, Ruud Gullit en Barry van Galen tot zijn wapens mocht rekenen. Het mocht niet baten, helaas.

Op dezelfde dag dat het definitieve einde aan het jongensboek dat HFC Haarlem heet geschreven werd, maakte de gemeente Kerkrade bekend dat het voortbestaan van Roda JC de komende vijf jaar dankzij een lening van 5,8 miljoen euro opnieuw gegarandeerd is. Waarom veroordeelt Kesler deze 'hulpsinterklazen' dan niet net zo hard? Waarom moet hij nou zo nodig op de gekrenkte Haarlem-aanhangers inbeuken? Waarom heb ik het idee dat de eigengeile Kesler er misschien zelfs plezier uit haalt om zichzelf in alle media met spierballentaal op het dode Haarlem-paard te zien spugen?

Begrijp me niet verkeerd, ik kan de eerlijkheid en directe manier van communiceren die Kesler doorgaans hanteert best wel waarderen. De man is vast vakbekwaam, doet zijn uitspraken met betrekking tot Haarlem ongetwijfeld op basis van terechte conclusies en veel van de dingen die hij zegt zijn misschien een tikkeltje pijnlijk, maar wel op waarheid gebaseerd. Toch vind ik dat Kesler zich in deze situatie laat kennen als een, vergeef me het taalgebruik, ongevoelige en vooral botte eikel van een vent.

Kijk, ik ken enkele fanatieke Haarlem-fans die werkelijk nooit een wedstrijd van hun club misten, ook al was het vast echt geen pretje om elke week in de kou en vanuit die betonbak naar het steenkolenvoetbal dat de club dikwijls op de mat legde te moeten kijken. Net zoals veel andere clubs in Nederland had ook Haarlem namelijk fans die álles voor de club over hadden, wiens hele leven draaide om dat rood met blauwe tenue, en die de gebreken van het team en de faciliteiten voor lief namen. Echte supporters die alle recht van de wereld hebben om verdrietig te zijn over zo'n belangrijk onderdeel van hun leven dat nu in zijn totaliteit zal verdwijnen. Juist tegenover die mensen had het Kesler gesierd als hij zich met wat meer begrip en respect had opgesteld.

Nogmaals, waarschijnlijk had de club inderdaad al jaren geen bestaansrecht meer, en, ook belangrijk, hebben de beleidsmakers grove fouten gemaakt, het potentieel van de voetbalstad Haarlem niet voldoende benut en veelal de verkeerde technische prioriteiten gesteld. Daar hoor je mij dan ook niet tegenin gaan; het gaat hier om feiten. Maar, en dit staat als een paal boven water, Henk Kesler zit absoluut niet in de positie om te oordelen over de supporters die de afgelopen dagen tranen laten over de teloorgang van Haarlem.

Voor hen komt namelijk met het faillissement een tijdperk ten einde. Jeugdherinneringen, stoere verhalen en voetbaldromen zullen misschien in de supporters voortleven, maar een nieuwe aanwas van Haarlem-avonturen blijft voor altijd uit. Dat is onmiskenbaar een treurig feit voor iedere liefhebber die clubvoetbal een warm hart toedraagt. Dat Kesler niet verder komt dan de opmerking dat hij hoopt dat het tragische einde van HFC Haarlem een waarschuwing voor andere clubs is, zegt veel over de bekrompenheid van zijn geest en zijn kille beleving van sport die ik eigenlijk een bondsbaas onwaardig acht.

 
Ajax

Noot: Dit artikel is door een Clubexpert geschreven en niet door onze redactie. Clubexperts zijn lid van Voetbalzone en kenner van hun favoriete voetbalclub.
Meer Clubexperts
Meer Clubexperts
Meer sportnieuws
Het is niet (meer) mogelijk om te reageren op dit document.
Reacties